Salento is het zuidelijke deel van Puglia, de hak van de Italiaanse laars. De streek wordt aan drie kanten omgeven door zee, met de Adriatische in het oosten en de Ionische in het westen, en heeft een uitgesproken mediterraan klimaat met warme, droge zomers en een bijna constante zeewind. De bodems rond Manduria zijn herkenbaar rood, een mengsel van klei en ijzer dat overdag warmte vasthoudt en 's nachts traag afgeeft. Voor de inheemse rode druiven van Puglia, zoals Primitivo, Negroamaro en Susumaniello, is dat een ideale combinatie.
De Susumaniello is een ouder Salento-ras, met sporen tot in de provincie Brindisi. De naam komt van het Italiaanse somarello, ezeltje: de druif staat bekend om zijn forse opbrengsten in zijn jonge jaren, alsof hij druiventrossen draagt zoals ezels lasten droegen. Naarmate de wijnstokken ouder worden zakt die opbrengst snel terug — wat de oudere percelen interessant maakt voor wijnmakers die concentratie zoeken. In de jaren negentig was de druif bijna verdwenen: producenten kozen massaal voor productievere variëteiten. Sinds de late jaren negentig wordt Susumaniello heroverwogen, en vandaag staat er weer een vijftigtal hectare in Salento.
Wijnen van Susumaniello zijn typisch diep robijnrood, met aroma's van rood en zwart bosfruit, een kruidige draad en bij vollere stijlen een tikje pure chocolade of drop. De druif wordt traditioneel gemengd in Brindisi Rosso, maar verschijnt sinds de revival ook steeds vaker als monovarietale wijn — zoals deze Cignomoro. Een paar maanden op Amerikaans eikenhout is in Salento een gangbare keuze: het hout brengt structuur en een lichte kruidigheid die bij de druif past, zonder dat het de mediterrane lift van het fruit verdooft.