Paraje Altamira is een afgebakend deelgebied binnen de Uco Valley, het hoogteplateau ten zuiden van de stad Mendoza. Sinds 2013 heeft het een eigen erkende status binnen het Argentijnse appellatie-systeem — een uitzondering, want Argentinië werkt traditioneel met grovere geografische indelingen. De erkenning kwam er omdat de wijnen uit Altamira een eigen handtekening laten zien: gestructureerde tannines, lagere alcoholrijping en een typische zoute of krijtachtige mineraliteit die je in lagere Mendoza-gebieden niet terugvindt.
De bodem in Altamira bestaat uit alluviaal grind en zand met witte kalkbrokken (calcáreo), neergelegd door rivieren uit de Andes. Op die schrale grond geeft Malbec spontaan kleinere bessen met een dikkere schil — meer kleur, meer tannine, minder volume per hectare. Gecombineerd met de hoogte van rond de 1.100 meter levert dat een Malbec op die strakker en koeler aandoet dan de bekende stijl uit Maipo of Luján de Cuyo.
De druif Malbec zelf is van oorsprong een Frans druivenras, vooral bekend uit Cahors in Zuidwest-Frankrijk. In Argentinië vond hij in de negentiende eeuw een nieuwe thuishaven en werd hij — bewust geselecteerd door Argentijnse wijnbouwers — uitgegroeid tot het visitekaartje van het land. Het materiaal in Altamira behoort vaak tot de oudere kloon-selecties, met kleinere trossen dan de moderne Argentijnse Malbec-aanplant.