Castilla y León is bij de meeste wijnliefhebbers bekend om zijn rode wijnen — Ribera del Duero, Toro, Bierzo. Wit is er de minderheid. En binnen dat kleine witte segment is Albillo Real een echte zeldzaamheid: een oude witte druif die de streek ooit met duizenden hectares kende, historisch als tafeldruif geliefd, maar in de twintigste eeuw bijna volledig gerooid. Wat er over is, staat verspreid over kleine, oude perceeltjes rond de bocht van de Duero.
Het Argujillo-plateau, aan de zuidrand van het Toro-gebied, is zo'n plek. De wijngaard El Pinar ligt op ruim 800 meter hoogte (voor Spaanse begrippen hoog) en de bodem bestaat uit een oppervlakte van grote, rivier-afgesleten keien met diepe klei eronder. Die combinatie doet twee dingen: overdag geven de stenen warmte af aan de druif, 's nachts koelt het perceel snel af door de hoogte. Het resultaat is een druif met rijpheid én zuur, tegelijk.
Esteban Celemín bottelt zijn beste parcel-druiven onder de reeks Últimas Huellas, wat letterlijk 'laatste sporen' betekent. Dat is precies wat de wijnen willen laten zien: de restanten van een oude witte-wijn-traditie in een gebied dat de druif bijna vergeten was. El Pinar is een van die restanten, met stokken van 86 jaar oud en een productie die zelden boven de twaalfhonderd flessen per jaar uitkomt.