
St. Laurent
St. Laurent is de fluisterende neef van Pinot Noir: een Oostenrijkse roodwijndruif die vinologisch zeldzaam is en verrassend veelzijdig. Verwacht donker kersenfruit, een zijdezachte structuur en een kruidige onderlaag die je aan kerststol doet denken. Voor liefhebbers van elegante rode wijnen zonder de portemonnee van Bourgogne een echte ontdekking.
Als St. Laurent een dier was…
…dan een otter.
Soepel, ongrijpbaar en met een onmiskenbare Oostenrijkse elegantie — precies zoals St. Laurent door je glas glijdt.
Elke druif heeft een eigen karakter — ontdek de andere →Wat St. Laurent onderscheidt
St. Laurent combineert de elegantie van Pinot Noir met een donkerder fruit en steviger tannines. In het glas herken je 'm aan een diep robijnrode kleur en een geurenpalet dat naar zwarte kers, zure kriek, pruim en ondergroei neigt. Vaak duikt er ook een subtiele kruidnagel- of tabaktoets op.
De druif is berucht om zijn grillige rijping: hij bloeit vroeg en is gevoelig voor voorjaarsvorst, waardoor de opbrengst per jaar sterk wisselt. In goede jaren levert dat wijnen op met fijne zuren, een middellang tanninegehalte en een zijdezachte textuur. De alcohol blijft doorgaans gematigd (12,5–13,5%), wat de wijn drinkbaar en gastronomisch maakt.
Stijlvariatie is groot:
- Fris en fruitig: vinificatie in staal, jong te drinken, met sappig rood fruit.
- Klassiek en gerijpt: opvoeding op groot houten fust, met complexere aardse en kruidige tonen.
- Ambitieus en geconcentreerd: strenge selectie en barrique-rijping, met donkerder fruit en fijne houtnuances.
Herkomst & topregio's
St. Laurent heeft zijn spirituele thuis in Oostenrijk, met name in de streken Thermenregion en Burgenland. De naam verwijst vermoedelijk naar Saint-Laurent (10 augustus), rond de tijd dat de druiven beginnen te kleuren. DNA-onderzoek heeft aangetoond dat St. Laurent verwant is aan Pinot Noir, wat de familiegelijkenis in stijl verklaart.
De druif gedijt op warme, goed doorlaatbare bodems in een gematigd continentaal klimaat. Belangrijke terroirs:
- Thermenregion (Oostenrijk): kalkrijke bodems geven elegantie en finesse.
- Burgenland (Oostenrijk): warmere zones rond de Neusiedlersee leveren rijpere, vollere wijnen.
- Tsjechië en Slowakije: onder de naam Svatovavřinecké een traditionele druif met vaak rustieker stijl.
- Duitsland (Pfalz): als Sankt Laurent in kleine hoeveelheden, met een fijne, koelklimaat-signatuur.
Lekker bij
- Wienerschnitzel van kalfsvlees met citroen — de fijne tannines snijden door de boterige panade en het rode fruit weerspiegelt de klassieke bosbessenbegeleiding
- Eendenborst rosé gebraden met kersensaus — het donkere kersenfruit in de wijn spiegelt de saus, terwijl de zuren het vette vlees luchtig houden
- Champignonrisotto met tijm en Parmezaan — de aardse ondertoon van St. Laurent versterkt de umami van paddenstoelen op een gelaagde manier
- Gebraden konijn met pruimen en laurier — het pruimenfruit vindt zijn echo in het glas en de kruidigheid tilt de kruidnageltoets van de wijn op
- Gerijpte Gruyère op walnotenbrood — de nootachtige zoetheid van de kaas contrasteert prachtig met de frisse zuren en de zijdezachte structuur van de wijn
- Gegrilde tonijnsteak met soja en gember — een lichtere rode druif als St. Laurent kan de vlezigheid van tonijn dragen zonder de vis te overheersen
Serveeradvies
Schenk St. Laurent op 15–17 °C, iets koeler dan een gemiddelde rode wijn — dat houdt de fijne zuren en het frisse fruit intact. Gebruik een ruim Bourgogne-glas zodat de aroma's zich kunnen ontvouwen. Jonge, fruitige stijlen hebben geen decantering nodig; klassieke, gerijpte flessen profiteren van 30–60 minuten karaf. Drinkvenster: fruitige stijlen 2–4 jaar, ambitieuze cuvées 5–10 jaar na de oogst, uitzonderlijk soms langer.