
Pecorino
Pecorino is de eigenzinnige witte druif uit de Italiaanse Adriatische heuvels die decennialang bijna vergeten was en nu triomfantelijk terug is. Waar veel Italiaanse witten mild en gepolijst zijn, biedt Pecorino juist pit: een strakke kern van citrus en kruiden, met een zilte finish die aan zeewind doet denken. Voor wie Sauvignon te scherp vindt en Pinot Grigio te braaf, is dit de missing link.
Als Pecorino een dier was…
…dan een berggeit.
Onverstoorbaar, verrassend elegant en volkomen op zijn plek op steile, kruidige hellingen waar andere druiven de moed opgeven.
Elke druif heeft een eigen karakter — ontdek de andere →Wat Pecorino onderscheidt
Pecorino combineert de frisheid van een koelklimaatwit met de structuur en body die je van een zuidelijke druif verwacht. In het glas herken je 'm aan een strogele kleur met soms een groenige gloed, en een aromatiek die zowel fruitig als kruidig is.
Typische aroma's en smaken:
- Geel steenfruit zoals witte perzik en rijpe peer
- Citrus: citroenschil, pomelo, soms mandarijn
- Kruidigheid: salie, tijm, verse anijs
- Mineraliteit met een lichtzilte, bijna jodium-achtige toets
Qua stijl is er meer variatie dan je zou denken: van strakke, roestvrijstalen versies voor directe drinkbaarheid tot houtgerijpte of sur-lie-gerijpte exemplaren met meer volume en een romige textuur. De zuurgraad blijft altijd goed voelbaar, en het alcoholgehalte ligt vaak net iets hoger dan bij vergelijkbare Italiaanse witten — een teken van de natuurlijke rijpheid die de druif haalt.
Herkomst & topregio's
Pecorino komt oorspronkelijk uit Midden-Italië, met name uit de heuvels van Marche en Abruzzo. De naam betekent letterlijk 'schaap' — vermoedelijk omdat trekkende schaapskuddes graag van de zoete, vroegrijpe bessen aten tijdens de transhumance tussen de Apennijnen en de kust. In de twintigste eeuw was de druif bijna verdwenen omdat hij bescheiden opbrengsten geeft, maar sinds de jaren negentig is hij met succes teruggebracht.
Het terroir laat zich horen in het glas. Belangrijke aandachtsgebieden:
- Offida DOCG in Marche — vaak de meest ambitieuze, structuurrijke stijl
- Colli Aprutini en Terre di Chieti in Abruzzo — soepeler en toegankelijker
- Uitlopers richting Umbrië en Lazio
De wijngaarden liggen op kalkhoudende klei- en zandbodems tussen de Apennijnen en de Adriatische Zee, wat zorgt voor warme dagen én koele nachten. Die dag-nachtverschillen houden de aromatiek fris en geven de wijnen hun kenmerkende spanning tussen rijpheid en zuurgraad.
Lekker bij
- Spaghetti alle vongole met knoflook, peterselie en een scheut olijfolie — de zilte finish van Pecorino echoot de zeevruchten en de frisse zuren snijden door de olie
- Gegrilde zeebaars met citroen en verse kruiden — de kruidige toets van salie en tijm in de wijn versterkt de aromatische kruiden op de vis
- Vitello tonnato met kappertjes en tonijnmayonaise — de body van Pecorino houdt stand tegen de romige saus, terwijl de citrus de vetheid opbreekt
- Risotto met asperges en Parmigiano — de licht bittere anijstoon in de wijn vindt weerklank in de asperge en het volume matcht de romigheid
- Halfjonge pecorino-kaas met peer en walnoten — een klassieke terroir-match waarbij de mineraliteit van de wijn de nootachtige kaas complementeert
- Kip tajine met citroen en olijven — de zilte kern en citrusfrisheid van Pecorino sluiten naadloos aan bij de gepekelde citroen en olijven
Serveeradvies
Schenk Pecorino tussen 10 en 12 graden — koud genoeg om de frisheid te bewaren, warm genoeg om de kruidigheid en het steenfruit tot leven te laten komen. Een middelgroot wittewijnglas met een iets bollere kelk werkt beter dan een smal tulpglas, omdat de druif ruimte nodig heeft om zijn aromatiek te ontvouwen. Decanteren is niet nodig, maar een houtgerijpte versie profiteert van tien minuten in de karaf of open fles. Drink de meeste Pecorino's binnen twee tot vier jaar na de oogst; ambitieuze cuvées uit topgebieden kunnen makkelijk vijf tot zeven jaar rijpen en ontwikkelen dan honing- en amandeltonen.