Het Kamptal is één van de bekende DAC-regio's van Oostenrijk, vernoemd naar de Kamp-rivier die noord-zuid door het gebied stroomt richting de Donau. De grote namen zitten doorgaans rond Langenlois, de wijnhoofdstad in het noorden van het dal. Het zuiden, rond Engabrunn en Grafenegg, kreeg lange tijd minder aandacht — terwijl de bodems hier net zo interessant zijn.
De ondergrond van het gebied is een mozaïek van loess, mariene grind uit een zee die hier zo'n zestien miljoen jaar geleden stroomde, en harde Gföhler-gneis uit de kristallijne basis van het Bohemisch Massief. Daar bovenop ligt een dunne laag (tot zo'n veertig centimeter) lemige zandgrond, in wisselwerking met gneis en mica-schist. Het Kamptal kent een dynamische klimaatsspanning tussen het warme Pannonisch bekken in het oosten en het koele Waldviertel in het noordwesten. Die spanning levert wijnen op met heldere zuren en levendige aromatiek.
De Gelber Muskateller is in het Kamptal een geliefde nevenrol naast Grüner Veltliner en Riesling. De druif komt oorspronkelijk uit het oostelijke Middellandse Zeegebied en wordt al duizenden jaren gecultiveerd. In Oostenrijk staat ze bekend onder de namen Muskateller en Gelber Muskat, geliefd om haar open, druivige aromatiek. In Engabrunn komt die stijl naar voren met een florale, exotische neus en een prettig droog-fruitige smaak: aromatisch zonder zoet te zijn, en met de zuurgraad die het Kamptal-terroir typeert.