Etna is geen klassiek wijngebied — het is een actieve vulkaan, met wijngaarden die letterlijk tegen haar flanken aanliggen. De Etna DOC kreeg haar status al in 1968 en is daarmee één van de oudste appellaties van Sicilië, maar de internationale doorbraak van de regio kwam pas in de afgelopen twintig jaar, toen producenten als Frank Cornelissen, Passopisciaro en Tenuta delle Terre Nere de wereld lieten zien wat de berg in huis heeft.
De wijngaarden van Torre Mora liggen op de noordhellingen rond Linguaglossa, in de contrada Alboretto Chiuse del Signore. Een contrada is een Siciliaanse term voor een lokaal afgebakend kavel met eigen microklimaat en bodemkarakter — vergelijkbaar met een Bourgondisch climat. Op de Etna telt elke contrada apart, omdat de lavastromen van verschillende eeuwen verschillende bodems hebben achtergelaten: oudere lava is verweerd tot vruchtbare zwarte as, jongere lava ligt nog als grof gesteente aan de oppervlakte.
De inheemse witte druif van de Etna is Carricante. De naam komt vermoedelijk van het Italiaanse caricare (laden), een verwijzing naar de hoge opbrengsten die deze druif bij goede omstandigheden geeft. In de wijngaarden van Torre Mora wordt die opbrengst bewust laag gehouden om concentratie en frisheid te combineren. Op zo'n 650 tot 700 meter hoogte zorgen de koele nachten en de warme zomerdagen voor een groot temperatuurverschil, wat de zuren in de druif vasthoudt en de typische Carricante-handtekening — wit fruit, citrus, jasmijn en een ziltige mineraal-toets — naar voren brengt.