De Valpolicella Classica is de historische kern van het Valpolicella-gebied en beslaat vijf gemeenten in de heuvels ten noordwesten van Verona. Het onderscheid tussen 'Classica' en de bredere Valpolicella-appellatie is geografisch en historisch: de Classica-zone valt samen met het oudste bewijngaarde deel van het gebied, tegen de uitlopers van de Monti Lessini aan, met kalkrijke en morene-bodems die de druiven een specifiek profiel geven.
Amarone ontstaat uit de appassimento-methode: de druiven, vooral Corvina en Corvinone, aangevuld met Rondinella en Oseleta, drogen na de oogst drie tot vier maanden op houten arele in speciale drooghallen, de zogenaamde fruttai. In die periode verliezen ze rond de veertig procent van hun gewicht, waardoor de suikers, aroma's en zuren zich concentreren. Pas in januari of februari begint de vergisting, die door de hoge suikergehalten trager verloopt en waarbij vrijwel alle suiker wordt omgezet in alcohol. Dat is het onderscheid met de zoete Recioto: dezelfde druiven en dezelfde droogmethode, maar de vergisting loopt bij Amarone volledig door.
De moderne Amarone-stijl zoals we die vandaag kennen, ontstond in het midden van de twintigste eeuw; Tommasi hoort met zijn eerste release uit 1959 bij de vroege pioniers. In 2010 kreeg Amarone della Valpolicella de DOCG-status, de hoogste Italiaanse kwaliteitsaanduiding.