Vinho Verde is het noordelijkste wijngebied van Portugal en strekt zich uit tussen de Minho-rivier in het noorden en de Douro in het zuiden. De naam — letterlijk groene wijn — verwijst niet naar de kleur in het glas maar naar het jonge karakter: de wijnen worden vroeg gebotteld en jong gedronken. Het klimaat van de regio is Atlantisch en koel: veel regen, hoge luchtvochtigheid, lange milde herfsten. Dat klimaat dwingt een wijnstijl af die in de rest van Portugal nauwelijks bestaat — wit, fris, laag in alcohol, met natuurlijke zuren.
Binnen Vinho Verde geldt Loureiro als één van de drie iconische witte druiven, naast Alvarinho en Trajadura. De naam Loureiro komt van het Portugese woord voor laurier — een verwijzing naar de typische kruidige laurier-en-citrustonen in het bouquet. De druif is sinds eeuwen aangeplant in de subregio's rondom de Lima en Cávado rivieren in het noorden, maar staat ook op zuidelijker percelen in de regio. Loureiro geeft fris bloemige witte wijnen die uitstekend bij vis en schaaldieren passen.
Marco de Canaveses, waar Sapateiro zijn vijf hectare bewerkt, ligt aan de zuidoostelijke rand van Vinho Verde, in de vallei van de Tâmega-rivier — een zijrivier van de Douro. De percelen liggen op schist met granietinslag, en de oogst gebeurt op 140–150 meter hoogte. Die ligging combineert de Atlantische koelte van Vinho Verde met iets meer continentale invloed — wat de Loureiro een tikje meer body en minerale spanning meegeeft dan de meer noordelijke voorbeelden.