De Langhe in Piemonte is wijngeografisch een aaneenschakeling van glooiende heuvels rond de stad Alba, met de Tanaro-rivier als noordgrens. Het gebied geldt als de bakermat van Nebbiolo — een laat rijpende, veeleisende blauwe druif die hier sinds de dertiende eeuw verbouwd wordt. De bekendste DOCG's zijn Barolo en Barbaresco, maar de DOC Nebbiolo d'Alba dekt een bredere zone rond Alba — minder strikte regels, eerdere release, doorgaans toegankelijker en jonger drinkbaar.
Het dorp Sinio, waar de Miriné-wijngaard ligt, hoort officieel niet bij de Barolo-zone — het ligt direct ten oosten van Serralunga d'Alba. De kalkrijke ondergrond met silt en de hoogteligging van ongeveer vierhonderd meter geven de druiven hier een eigen accent: iets meer frisheid en iets minder zware extractie dan een Serralunga-Barolo, met behoud van de typische roosbloem-en-kers-aromatiek. Voor een Cru-stijl Nebbiolo d'Alba is dit een interessant perceel.
De naam Miriné verwijst naar het perceel zelf, niet naar een commerciële vondst. Paolo Manzone gebruikt hier de aanpak die hij al jaren toepast — Bourgondische school van geduldige extractie en subtiel houtgebruik, zodat de herkomst door het glas spreekt in plaats van de cellier-stijl.