Sicilië is het grootste eiland van de Middellandse Zee en al sinds de Griekse oudheid een wijnbouwgebied. Vandaag is het ook de grootste wijnbouwregio van Italië qua oppervlakte. Het eiland kent een opvallende variatie aan microklimaten — van de vulkanische hellingen van de Etna in het oosten tot de zonovergoten kuststreken in het westen — en een rijk palet aan inheemse druiven dat in de afgelopen drie decennia internationaal terrein heeft gewonnen.
De Frappato is een van die inheemse druiven en hoort thuis in het zuidoosten van Sicilië, rond de stad Vittoria in de provincie Ragusa. De druif wordt voor het eerst genoemd in negentiende-eeuwse documenten en is genetisch gezien een natuurlijke afstammeling van andere zuid-Italiaanse rassen. Lange tijd speelde Frappato vooral een ondersteunende rol in de Cerasuolo di Vittoria — Siciliës enige DOCG-wijn — waar hij samen met Nero d'Avola wordt geblend om kleur, fruit en sappigheid bij te dragen. Een mono-cépage uitvoering zoals deze Nello Coro is minder gangbaar en geeft een mooi beeld van wat Frappato zelf doet: licht van bouw, met aroma's van aardbei, kers en rode rozen, lage tannines en levendige zuren.
Wijnen die buiten de specifieke Cerasuolo di Vittoria DOCG-zone worden gemaakt vallen onder de bredere appellatie IGP Terre Siciliane of de eilandbrede Sicilia DOC. Beide geven wijnmakers de vrijheid om met inheemse druiven te experimenteren — bijvoorbeeld door een Frappato als solo-rol uit te brengen in plaats van als blendingpartner. Voor druiven met een eigen, herkenbaar handschrift is dat een mooie ruimte.