De Mosel is Duitslands oudste wijnstreek, met een geschiedenis die teruggaat tot de Romeinen die hier in de tweede eeuw al Riesling aanplantten op de steile leisteenhellingen. Het rivierdal buigt in scherpe lussen door het Leisberg-massief, en de meest gewaardeerde sites zijn steevast de steile zuidoost- en oostgerichte hellingen die pal boven de rivier oprijzen. De Klosterlay in Detzem is er zo eentje: een helling van 65% die vrijwel loodrecht boven de Mosel begint, met een bodem die volledig uit blauwe leisteen bestaat.
Blauwe leisteen is één van de handtekeningen van de Mittelmosel. De steen breekt in dunne platen, houdt overdag warmte vast en kaatst zonlicht terug op de druiventrossen; de spleten dwingen de wortels dieper te wortelen op zoek naar water. Wijnen van blauwe leisteen zijn doorgaans rechtlijnig, mineraal, met een licht rokerige toets en hoge zuurgraad — kenmerken die je ook in deze Klosterlay terugvindt.
De naam Maximin Klosterlay verwijst naar de abdij van Sint-Maximin bij Trier, in de middeleeuwen het invloedrijkste kloosterwijnbedrijf van de Mosel. Het lay-suffix is een oud Moezel-woord voor leisteenhelling. De wijngaard behoorde eeuwenlang tot de abdij; toen die in 1803 werd opgeheven, kwam de site in particuliere handen — en daar begint de geschiedenis van Loewen.