De Vipava-vallei ligt in het westen van Slovenië, dicht tegen de Italiaanse grens en de Friulaanse heuvels aan. Het is een sub-mediterraan klimaat: warme zomers, milde herfsten en een bodem van flysch — een afwisseling van kalksteen en mergel die goed vocht vasthoudt en toch draineert. Wat de vallei uniek maakt, is de Burja: een koude, droge valwind die vanuit de bergen door de vallei jaagt, soms met snelheden tot over de honderd kilometer per uur. Die wind droogt de druiven na regen razendsnel, houdt schimmels in toom en zorgt voor koele nachten waarin de zuren behouden blijven.
De druif Malvazija Istarska is een klassieker van de bredere kust-regio Istrië en Vipava, bekend om zijn frisse zuren en licht bloemige fruit. Pergolin is de minder bekende partner: een inheemse Vipava-druif die pas de laatste jaren weer aandacht krijgt, met een vergelijkbaar licht en fris profiel. Samen leveren ze het witte fruit en de vlotte drinkbaarheid die deze schuimwijn typeren.
De naam FM Furja verwijst rechtstreeks naar die wind — een Vipavaans knipoogje naar wat het glas mede-vormgeeft. Voor het ontstaan van de bubbels kiest Fervin voor een aangepaste tankmethode: een spontane afronding van de gisting onder druk, verwant aan de méthode ancestrale maar met een filtratie vóór het bottelen, zodat de wijn helder en fris in het glas komt.