Toro is een klein wijngebied ten westen van Valladolid, op de noordelijke Meseta van Spanje. Het strekt zich uit langs de rivier de Duero, op ongeveer 620 tot 750 meter hoogte, met droge zomers, koude winters en een groot dag-nachtverschil in temperatuur. De bodems zijn arm, keienrijk en overwegend zandig met stukken kalksteen — een moeilijke onderlaag, maar precies wat de druiven hier tekent.
De hoofdstukdruif is Tinta de Toro, een lokale biotype van Tempranillo die zich in de loop van eeuwen aan deze specifieke omstandigheden heeft aangepast. Ten opzichte van de klassieke Rioja-Tempranillo geeft de druif hier steviger tannine, dieper fruit en hogere alcohol. Een deel van de oudste wijngaarden ontsnapte aan de negentiende-eeuwse phylloxera-plaag doordat de zandige bodems de wortelluis niet gedijen; daardoor tref je in Toro nog altijd ongeënte oude stokken aan, iets wat op weinig andere plekken in Europa nog bestaat.
Het gebied heeft een eigen DO-status sinds 1987, maar naast die DO bestaat de bredere IGP Vino de la Tierra de Castilla y León, waaronder wijnmakers buiten de strikte DO-regels kunnen werken — bijvoorbeeld met plots net over de appellatiegrens of met eigen keuzes in vinificatie. De Melquíades valt onder die bredere noemer en heeft zo iets meer bewegingsruimte in stijl en samenstelling dan een klassieke Toro-DO-wijn.