Veneto is met afstand de grootste wijnregio van Italië in productievolume. Bekend om Prosecco in het noorden, Amarone bij Verona en de witte Soave-wijnen rond dezelfde stad. Aan de oostkant van de regio, langs de Piave-rivier tussen Conegliano en Venetië, ligt een minder bekend gebied met een eigen druivenheld: Raboso.
Raboso is een autochtone Venetiaanse blauwe druif die op twee plekken thuis is: in het Piave-gebied (Raboso Piave) en rond Verona (Raboso Veronese, een natuurlijke kruising met Marzemina Bianca). De druif dankt zijn naam vermoedelijk aan het Italiaanse rabbioso, in Venetiaans dialect Raboxo, dat 'boos' of 'fel' betekent. Een knipoog naar zijn stevige tannines en hoge zuren. Lange tijd werd hij vooral als forse rode bewaarwijn gemaakt; de afgelopen decennia ontdekken producenten dat zijn natuurlijke zuren en kleur hem juist ook geschikt maken voor frisse rosé en mousserende wijn.
Voor deze rosé komt Raboso uit de wijngaarden van Corvezzo in Cessalto, op kleiige bodems van de Venetiaanse vlakte. Het klimaat is continentaal-mediterraan, met warme zomers en koele nachten dichtbij de Adriatische kust. Die nachtelijke afkoeling helpt de druif zijn zuren te behouden — precies wat je wilt in een rosé die je koel, droog en fruitig in het glas wilt zien.