Moldavië is één van de oudste wijnlanden van Europa. Archeologische vondsten dateren wijnbouw in het gebied al sinds drieduizend voor Christus, en het land heeft vandaag meer dan honderdtwintigduizend hectare wijngaard — meer per inwoner dan vrijwel welk ander land ter wereld. De grootste concentratie ligt in het centrum en het zuiden, met Stefan Voda in het zuidoosten als één van de vier officiële geografische aanduidingen (IGP).
De Stefan Voda IGP strekt zich uit langs de Dniester-rivier en wordt aan de oostkant begrensd door de Zwarte Zee. Het is geen kustklimaat in strikte zin — de Zwarte Zee ligt nog vijftig kilometer verder — maar de massa zorgt wel voor gematigde temperatuurschommelingen tussen de jaargetijden en koele avondluchten in de zomer. De bodem is een mix van löss en kalksteen op een ondergrond van klei; vergelijkbare types tref je in delen van het rechteroever-Bordeaux, en daar verwijzen wijnschrijvers graag naar.
Rară Neagră zelf is een autochtone druif: dunne schil, vroeg-rijpend, met rood fruit, zachte tannines en een lichte aardse kant. De druif wordt sinds de oudheid in Moldavië aangeplant maar werd in de Sovjet-periode lang als bulkdruif gezien — bestemd voor industriële blends die naar Moskou werden geëxporteerd. Pas na de onafhankelijkheid in 1991, en zeker vanaf de jaren tweeduizend, kwam de aandacht voor de druif als terroir-uitdrukking terug. Vandaag staan er nog maar een paar duizend hectare wereldwijd — een fractie van Cabernet Sauvignon — wat de druif officieel een zeldzaamheid maakt.
De vatlagering in Franse eikenvaten van 225 liter is een bewuste keuze van Purcari: de korte zes maanden zijn genoeg om de tannines te ronden en een vleugje vanille toe te voegen, zonder de inheemse karakteristieken van Rară Neagră — het rode fruit en de aardse ondertoon — onder een laag hout te bedelven.