Tokaj-Hegyalja is het oudste geclassificeerde wijngebied ter wereld: de originele kaart van première cru-wijngaarden dateert uit 1737, ruim honderd jaar vóór Bordeaux zijn beroemde klassering van 1855 opstelde. Het gebied ligt in het noordoosten van Hongarije, waar de rivieren Bodrog en Tisza samenvloeien en de warme mist uit die rivierlanden 's ochtends over de wijngaarden hangt. Die mist is essentieel voor de klassieke zoete Aszú-wijnen (het bevordert de nobele rotting), maar voor de droge stijl telt iets anders: de vulkanische bodem.
De Zempléni-heuvels waar Tokaj op ligt, zijn de restanten van een lang uitgedoofd vulkaancomplex. De bodems zijn een mix van rhyoliet, tuf, loess en klei, met veel steen aan de oppervlakte. Die vulkanische ondergrond geeft de wijnen hun rokerig-minerale accent en de scherpe, verticale zuurgraad die Furmint wereldberoemd maakt.
Droge Furmint als zelfstandige stijl kwam pas in de jaren negentig terug op het toneel, na een halve eeuw waarin het communistische regime de kwaliteit van de Tokaji-productie hard had geraakt. Sinds de investeringen na de politieke omwenteling maken huizen als Château Dereszla een moderne, reductieve dry-white-stijl die de bodem en de druif zuiver laat spreken, naast de historische zoete Aszú-wijnen.