Stellenbosch is één van de oudste wijngebieden van Zuid-Afrika, een halfuur rijden ten oosten van Kaapstad. Het is een mozaïek van bergflanken, glooiende valleien en kustlijn-fronten. De regio valt onder de overkoepelende Coastal Region en geldt sinds de zeventiende eeuw als hart van de Kaapse wijnbouw. Rood is hier het paradepaardje (Cabernet Sauvignon op de Helderberg-hellingen, Bordeauxblends rond Simonsberg), maar er staan ook serieuze witte blends.
Voor deze cuvée bracht Pieter Walser vier Stellenbosch-percelen samen. De Chenin Blanc komt van de granietheuvels van Firgrove, een koel kust-gericht stukje aan de zuidoostrand van de wijnregio. Op granietbodems groeien witte druiven met een frisse zuurgraad en een zilte mineraliteit. De Verdelho groeit in twee blokken op de voet van de Helderberg, waar bodem en hoogte samen een langzame, geconcentreerde rijping opleveren. Roussanne en Marsanne staan langs de Blaauwklippenweg, dieper landinwaarts; dit duo uit de zuidelijke Rhône staat achter de wasachtige textuur en de honingtoets in het glas.
De naam van de wijn is een knipoog naar het tegen-elkaar-spelen van wijnregio's binnen Zuid-Afrika. Sinds de jaren tien van deze eeuw is de Swartland-regio, een paar uur ten noorden van Stellenbosch, opgekomen als koploper in moderne, lichtvoetige Kaapse witte blends, vaak met Chenin Blanc en zuidelijke Rhône-druiven. Walser laat met deze cuvée zien dat Stellenbosch precies datzelfde recept kan invullen, met een eigen, doorzichtiger handtekening. The Empire Strikes Back, letterlijk.