Vinho Verde is de meest noordelijke wijnstreek van Portugal, een groen, heuvelachtig gebied dat zijn naam dankt aan de frisse, jonge stijl wijnen waar de regio internationaal beroemd om werd. Lange tijd stond Vinho Verde gelijk aan licht, prikkend en simpel — vaak met een vleugje koolzuur in het glas. Wie alleen die wijnen kent, krijgt een onvolledig beeld: het gebied is groot, telt verschillende subregio's, en huisvest een kleine groep producenten die er heel andere wijnen maken.
Het subgebied Monção e Melgaço, in het uiterste noorden tegen de Spaanse grens aan, is daarvan de meest opvallende uitzondering. Het ligt in de bocht van de Minho-rivier, beschut door bergketens die de regenwolken vanaf de Atlantische Oceaan grotendeels tegenhouden. Wat overblijft is een verrassend warme, droge pocket — Atlantisch van karakter maar continentaler in temperatuur dan de rest van Vinho Verde. De bodem bestaat uit grote witte granietkoppen waar de zon overdag op blijft hangen.
In dit micro-klimaat gedijt de Alvarinho-druif als nergens anders. De druif rijpt diep terwijl ze haar zuren behoudt; dat geeft wijnen met een vol mondgevoel en tegelijk een strakke frisheid. Aan de overkant van de rivier, in het Galicische Rías Baixas, gaat dezelfde druif onder de naam Albariño door het leven — een familieverhaal dat onderstreept hoe nauw verwant de wijnbouw aan beide zijden van de Minho is. Binnen Monção e Melgaço zelf werken een handvol producenten — onder wie Anselmo Mendes — aan rijpere, gelaagdere stijlen die laten zien hoe ver Alvarinho kan reiken.