Moulin-à-Vent is één van de tien crus van Beaujolais, in het noorden van het gebied, net ten zuiden van de Mâconnais. De cru ontleent zijn naam aan een stenen windmolen uit de zeventiende eeuw die boven de wijngaarden uitsteekt. Qua stijl geldt Moulin-à-Vent als de meest structuurrijke en bewaarbare van de tien crus; wijnen uit deze cru worden historisch vergeleken met jonge Bourgognes vanwege hun tannine en potentieel voor rijping.
Wat Moulin-à-Vent zijn stijl geeft is de bodem: roze graniet rijk aan mangaan en kwarts, met plekken waar de ondergrond zelfs mijnbaar was tot in de twintigste eeuw. Dat mangaan - in sommige academische artikelen aangewezen als één verklaring voor de stevigere structuur - geeft de wijnen hier een strakkere, krachtiger grip dan de zachtere Fleurie of Chiroubles verderop. De cru werd officieel afgebakend in 1936 als één van de eerste AOC's van Frankrijk.
De druif is Gamay, zoals in alle Beaujolais-crus, maar de vinificatie wijkt vaak af van de klassieke macération carbonique waar de regio bekend om is: hier zie je meer traditionele burgondische methodes met ontstelen, langere maceratie en vatrijping. Dat verklaart waarom een goede Moulin-à-Vent, de Coeur de Terroirs van Domaine Labruyère incluis, niet smaakt naar de zuurdropjes van een Beaujolais Nouveau maar naar donker rood fruit, viool en kruiden - en waarom hij jaren op fles kan rijpen.