
Lagrein
Lagrein is de donkere, eigenzinnige rode druif uit het Italiaanse Zuid-Tirol: inktzwart in het glas, met een onmiskenbaar bittertje en een rechte rug. Waar veel Italiaanse rood je verleidt met charme, overtuigt Lagrein met diepte en structuur. Een wijn voor wie houdt van karakter, kruidigheid en een vleugje alpiene koelte.
Als Lagrein een dier was…
…dan een beer.
Krachtig, diepdonker en onmiskenbaar alpien — Lagrein heeft dezelfde rustige, Tiroolse zwaarte als een beer in het bos.
Elke druif heeft een eigen karakter — ontdek de andere →Wat Lagrein onderscheidt
Lagrein geeft een diepdonkere, bijna ondoorzichtige kleur en een smaakprofiel dat vol en toch strak is. Verwacht zwarte kersen, bosbes en pruim, aangevuld met viooltjes, drop, bittere chocolade en vaak een lichte toets van kruidnagel of zwarte peper. Typerend is een bitterzoete nasmaak — denk aan amandelschil of pure cacao — die de wijn zijn herkenbare signatuur geeft.
Structureel is Lagrein stevig maar niet zwaar: pittige tannines, een frisse zuurgraad dankzij het bergklimaat en een middelhoog alcoholgehalte. Die combinatie geeft balans: hij voelt krachtig aan, maar blijft verfrissend drinkbaar.
In stijl zie je grofweg drie richtingen:
- Lagrein Rosato (Kretzer): een donkere, kruidige rosé met rode bessen en structuur.
- Lagrein Dunkel uit roestvrijstaal of grote houten foeders: fruitgedreven, direct, met levendige kruidigheid.
- Lagrein Riserva, gerijpt op klein eiken: ronder, met tonen van tabak, cederhout en cacao en meer bewaarpotentieel.
Herkomst & topregio's
Lagrein is een oude, inheemse druif uit Zuid-Tirol (Alto Adige) in Noord-Italië, met het hart rond de stad Bolzano. De beroemdste wijngaarden liggen in de wijk Gries, waar de druif al eeuwenlang wordt verbouwd op de warme vlakte aan de voet van de Dolomieten. Genetisch is Lagrein verwant aan Teroldego en in de verte aan Syrah en Pinot Noir — dat verklaart meteen die mix van kracht, kruidigheid en finesse.
Het terroir is uitgesproken alpien-continentaal: warme, zonnige dagen rijpen het fruit volledig, terwijl de koele nachten vanuit de bergen de frisheid en aromatische precisie behouden. De beste percelen staan op alluviale, kiezelrijke bodems langs de rivier de Isarco en Adige, met goede drainage en warmteopslag. Je vindt de druif ook in Trentino, en in bescheiden mate bij experimenterende makers in Australië en de Verenigde Staten.
Lekker bij
- Gegrilde lamskotelet met rozemarijn en knoflook — de stevige tannines binden het vet van het lam terwijl de alpiene kruidigheid de rozemarijn oplicht
- Rundergoulash met paprika en karwij — het donkere pruimenfruit en de bitterzoete nasmaak spiegelen de langgestoofde diepte van het gerecht
- Speck en bergkaas uit Zuid-Tirol op een plankje — een klassieke streekcombinatie waarin het rokerige zout van de speck de kruidigheid van Lagrein versterkt
- Portobello uit de oven met tijm en balsamico — de aardse umami van de paddenstoel vindt zijn echo in de drop- en cacaotonen van de druif
- Wildzwijnragù met pappardelle — de intensiteit van het wild en de wijn ontmoeten elkaar op gelijk niveau, zonder dat één de ander overstemt
- Pure chocoladetaart met zwarte kers — de bittere cacaotoon in de wijn weerspiegelt het dessert, terwijl het zwarte fruit de kers verlengt
Serveeradvies
Schenk Lagrein op 16-18 °C in een ruime Bourgogne- of universele rodewijnglas, zodat de aroma's zich kunnen ontvouwen en de tannines zich afronden. Jonge, fruitgedreven stijlen hebben genoeg aan een half uurtje in de karaf of een flinke zwenk in het glas; een Riserva met wat jaren op de kurk profiteert van 30 tot 60 minuten decanteren. Fruitige Lagrein drink je bij voorkeur binnen 3 tot 5 jaar na de oogst, Riserva's kunnen doorgaans 8 tot 12 jaar rijpen en winnen dan aan complexiteit en zijdezachtheid.