Stellenbosch is het hart van de Zuid-Afrikaanse wijnbouw, en binnen die regio wordt Chenin Blanc sinds de zeventiende eeuw geplant — in het land staat de druif bekend onder de oude naam Steen. Zuid-Afrika heeft vandaag de grootste Chenin Blanc-aanplant ter wereld, méér dan de Loire-vallei waar de druif vandaan komt.
Binnen Stellenbosch ligt de Bottelary-deelstreek aan de noordwestelijke flank van het wijngebied. De heuvels vangen 's middags de zeebries op die vanuit de Atlantische Oceaan en de Tafelbaai landinwaarts trekt. Die wind verlaagt de namiddagtemperatuur en vertraagt de rijping; de druiven behouden zo hun zuren tot diep in de pluk. Dat verklaart waarom Bottelary-Chenins — ook de volle, weelderige exemplaren — een levendig zuurskelet houden dat ze in balans brengt.
De 1962-aanplant waar deze wijn vandaan komt, is een droog-getelde bushvine: niet aan draden geleid maar als een lage bos op zichzelf, zonder kunstmatige irrigatie. Zulke oude bushvines geven kleine oogsten met heel geconcentreerd, dieper-doortrokken sap — precies de basis die een opulente, in hout vergiste Chenin nodig heeft om niet uit balans te raken. De toevoeging van botrytis-getroffen druiven (edele rotting) uit datzelfde perceel is een keuze die vooral in Sauternes en de Loire bekendheid heeft; hier wordt het ingezet als smaakdimensie, niet om een echte dessertwijn te maken.