De Languedoc-Roussillon is veruit het grootste wijngebied van Frankrijk en geldt al decennia als een streek waar wijnmakers buiten de strakke regels van Bordeaux of de Rhône kunnen werken. Onder de paraplu van het Pays d'Oc IGP mag een huis hier druiven gebruiken die in de strikte AOC-afbakening van de subregio's vaak niet zijn toegestaan; ideaal voor een experiment als Marselan.
Camplong-d'Aude ligt in het hart van het Corbières-massief, een glooiend kustberglandschap tussen de Middellandse Zee en de Pyreneeën. De bodem is een mix van kalksteen, klei en steengruis, opgebouwd uit afzettingen die de berghellingen door de eeuwen heen hebben prijsgegeven. De Alaric-berg vangt de noordenwind af, terwijl de Mistral-achtige luchtstromen van het zuiden de stokken droog en gezond houden — een combinatie die zorgt voor rijp fruit en weinig ziektedruk.
Marselan vond hier een tweede thuis. Op de hoger gelegen, schrale percelen rijpt de druif rustig door, behoudt zijn zuren en ontwikkelt een peperige kant naast het zwarte en rode fruit. De stokken van Camplong behoren tot de oudere garde, gemiddeld zo'n vijftig jaar oud, wat de wijn een natuurlijke concentratie geeft die jonge aanplant niet snel evenaart.