D.O. Rueda ligt in Castilla y León, op een hoogvlakte ten zuiden van Valladolid waar de Duero-rivier zich een weg baant tussen kalk- en grindterrassen. Het is met afstand het belangrijkste witte-wijngebied van Spanje: ruim zeventig wijnhuizen produceren hier jaarlijks tientallen miljoenen flessen, voor het overgrote deel uit één druif — de Verdejo.
De Verdejo is een oude lokale variëteit die hier al eeuwen groeit. Een groot deel van de Rueda-oogst wordt vandaag in roestvrij staal vergist voor de strakke, aromatische stijl met haar typische venkel- en limoenkarakter. Dat is de stijl die Rueda internationaal bekend maakte, en het is ook de stijl waar de Marqués de Riscal Limousin bewust van afwijkt.
De naam Limousin verwijst niet naar een herkomst maar naar een vatkeuze: Limousin-eik is een Franse oak-variant die historisch een wat rauwere, snellere houtoverdracht gaf dan Allier, Nevers of Vosges. De huidige cuvée gebruikt die drie bossen, maar de naam Limousin bleef hangen als signaal: dit is de eikgevinifieerde Verdejo van het huis. Door de fermentatie in plaats van enkel rijping in vat speelt het hout mee in de aromavorming, terwijl het roeren van de gist (bâtonnage) de wijn een romige textuur geeft.
De grindrijke hoge terrassen waar de oude bush vines staan — Riscal noemt percelen in La Seca, Rueda zelf en de hoger gelegen wijngaarden in Segovia — zorgen voor goed drainerende bodems en een groot dag-nachttemperatuurverschil. Die combinatie geeft Verdejo de aromatische diepgang en de zuren die nodig zijn om jaren in het glas te dragen.