De Pfalz is met bijna 23.000 hectare wijngaard de tweede grootste wijnregio van Duitsland en ligt als een langgerekte strook aan de oostvoet van het Haardtgebergte. Het klimaat is voor Duitse begrippen zacht: de bergketen houdt regen en koude winden tegen, wat de streek een langer groeiseizoen geeft dan bijvoorbeeld Mosel of Rheingau. Dat maakt de Pfalz historisch een uitstekende plek voor Bourgondische druivenrassen (Weißburgunder, Chardonnay) en, sinds de jaren '90, ook voor internationaal georiënteerde variëteiten zoals Sauvignon Blanc.
De bodem van deze wijn is een mix van kalksteen, löss en Buntsandstein-zandsteen. Waar in de wijngaard de kiezelrijke fractie overheerst, krijgt de wijn dat karakteristieke vuursteen-accent dat de druif in de neus als een subtiele rooksuggestie neerzet. Voor Sauvignon Blanc, een druif die snel fruit-overloop kan produceren in warm klimaat, werkt zo'n minerale ondergrond als natuurlijk tegenwicht: de wijn blijft strak en gefocust.
De Feuerstein-cuvée van Lergenmüller is één van de duidelijkere expressies van dit terroirdenken binnen de Zuidpfalz. De naam is letterlijk het Duitse woord voor vuursteen en verwijst rechtstreeks naar de kiezelfractie in de bodemsamenstelling van de percelen waarvan de druiven komen.