Uco Valley ligt in het zuidwesten van Mendoza, op de eerste flanken van de Andes. Het is één van de hoogste wijnregio's ter wereld: percelen rond 1.000 tot 1.500 meter zijn hier de norm, en sommige extreme wijngaarden zitten zelfs boven de 1.500. Gualtallary, waar de druiven voor deze chardonnay vandaan komen, ligt op ongeveer 1.450 meter. Op die hoogte is de zonkracht intens maar de luchttemperatuur laag, met name 's nachts. Dat dag-nachtverschil van soms vijftien graden of meer is precies wat een chardonnay nodig heeft om aromatiek en zuren tegelijk op te bouwen.
De bodem in Gualtallary is opvallend voor Argentinië: een mix van kalksteen en zand, met fijne grind-aders. Dat is een klassieke witte-wijn-bodem die je eerder in Bourgogne zou verwachten dan in Mendoza, en het verklaart waarom de Chardonnay's uit deze hoek zo'n minerale, krijtige kern hebben.
De flor-techniek die deze wijn typeert, komt oorspronkelijk uit het Spaanse Jerez, waar fino- en manzanilla-sherries gemaakt worden onder een natuurlijk gevormde gistlaag op het wijnoppervlak. Die flor leeft van de zuurstof en de alcohol in de wijn, en geeft als bijproduct de typische nootachtige, ziltige sherry-tonen. In Argentinië voor een stille chardonnay gebruiken is hoogst ongebruikelijk — het is risicovol, want flor groeit niet altijd voorspelbaar — maar het levert een wijn op die helemaal niet meer lijkt op een doorsnee Chardonnay.