Valle d'Itria ligt midden op een verhoogd kalkstenen plateau in Puglia, een paar honderd meter boven de Adriatische kust. Het is een wijngebied dat zich vooral kenmerkt door de trulli: de witgekalkte stenen huisjes met kegelvormige daken die al eeuwen tussen de wijngaarden staan. Vergeleken met de rest van Puglia is het hier opvallend koeler, dankzij die hoogte en de wind die er bijna constant overheen trekt. Voor witte druiven is dat winst.
De grootste autochtone witte druif van de streek is Bianco d'Alessano. Sporen van het ras gaan terug tot rond 1870, toen het al in private collecties van adellijke families voorkwam. Buiten Valle d'Itria wordt de druif zelden aangeplant: hij is gevoelig voor wijnziekten en vraagt om de juiste bodem en de juiste lokale kennis. Wijnen van Bianco d'Alessano zijn typisch strogeel met groene zwemen, met aroma's van peer, perzik en bloemen, en een prettig amandelige afdronk.
Wijnhuizen in de Valle d'Itria combineren de druif vaak met een lichte houtopvoeding in barrique. Te lang in eik en de subtielere kant van Bianco d'Alessano verdwijnt; een paar maanden, kort op de gist, en de wijn krijgt extra textuur en een lichte vanilletoon zonder het fruit te overstemmen. Het is de stijl waarin deze druif zich het beste laat smaken.