De Kaiserstuhl is met circa 4.250 hectare wijngaard het grootste wijngebied van Baden en één van de zonnigste plekken van Duitsland. Het massief steekt als een vulkanisch eiland uit de vlakte van de Bovenrijn, tussen Freiburg en de Franse grens. De ondergrond bestaat uit oude vulkanische gesteenten, op veel plekken bedekt met dikke lagen löss: door de wind aangevoerde, fijne kalkhoudende grondsoort die in de laatste ijstijd op het gesteente terechtkwam. Die combinatie van warmteopslag in de rotsbodem en waterhoudende, mineraalrijke löss geeft de wijnen herkenbare souplesse en mineraliteit. Eichstetten am Kaiserstuhl, aan de oostflank, heeft iets minder steile hellingen en wat lichtere lösswanden; precies de bodems waar de drie-sterren-selectie van Köbelin op rust.
Weißburgunder — in Frankrijk Pinot Blanc en in Italië Pinot Bianco genoemd — is een witte mutatie van Pinot Noir, ontstaan in de Bourgogne en al eeuwen verbouwd in Duitsland. De druif gedijt vooral op kalkrijke bodems en geeft dan wijnen met rijp wit fruit, een romige textuur en sappige zuren. Op Duitse löss met een lange rijpingstijd op hout wordt de druif bovendien een spannend ingrediënt voor wat in Duitsland soms de "witte broer van Spätburgunder" wordt genoemd: een witte met dezelfde finesse die een echte rode-wijnliefhebber soms ook wil drinken.
Historisch werd Weißburgunder in Duitsland lange tijd in de schaduw gezet door Riesling. Pas vanaf de jaren tachtig, toen wijnmakers in Baden en de Pfalz zich begonnen te specialiseren in Burgunder-druiven, kreeg deze druif de aandacht die hij verdient. Vandaag is Baden het belangrijkste Weißburgunder-gebied van Duitsland, en is gastronomische rijping op hout er de stijl die de regio internationaal op de kaart heeft gezet.