De Kaiserstuhl is met ongeveer 4.250 hectare wijngaard het grootste wijngebied van Baden en heeft een ongewone geschiedenis. Het massief steekt als een vulkanisch eiland omhoog in de vlakte van de Bovenrijn, tussen Freiburg en de Franse grens. De ondergrond bestaat uit oude vulkanische gesteenten, op veel plekken bedekt met dikke lagen löss: door de wind aangevoerde, fijne kalkhoudende grondsoort uit de laatste ijstijd. Die combinatie — warmteopslag in het gesteente en waterhoudende, mineraalrijke löss — maakt van de Kaiserstuhl één van de warmste en zonnigste wijnregio's van Duitsland, met zo'n 1.720 zonuren per jaar.
Binnen de Kaiserstuhl ligt Eichstetten am Kaiserstuhl, aan de oostflank van het massief. Hier zijn de hellingen iets minder steil en de bodems iets lichter dan in het westen: vooral löss op vulkanisch substraat. Dat is een prettige plek voor witte druiven die soepelheid willen behouden, en voor producenten die hun wijnen jeugdig en aromatisch laten staan.
De druif Rivaner — een synoniem voor Müller-Thurgau — gedijt op deze lichte bodems. Het ras werd in 1882 in Geisenheim gekweekt en later in het Zwitserse Wädenswil verder ontwikkeld; lang werd aangenomen dat het een kruising van Riesling en Silvaner was, maar DNA-onderzoek wees uit dat de tweede ouder eigenlijk de oude tafeldruif Madeleine Royale is. De druif rijpt vroeg, geeft soepele zuren en een aromatiek van appel, citrus en bloesem. Op de lichte löss van Eichstetten levert dat een frisse, vriendelijke Kabinett op die je liefst jong drinkt.