Het Weinviertel is met circa 13.000 hectare wijngaard het grootste wijnbouwgebied van Oostenrijk en sinds 2003 de eerste regio met een DAC-classificatie. De naam — letterlijk het wijnkwartier — slaat op het glooiende heuvelland ten noorden van Wenen, tussen de Donau en de Tsjechische grens. De grond bestaat hier uit een mozaïek van löss, klei, schist en plaatselijk graniet; rond de Manhartsberg in het zuidwesten ligt een rug van oud kristallijn gesteente waar Schloss Maissau zit, met een dikke toplaag löss die water vasthoudt en warmte tussen de stenen laat opslaan.
De regel voor een Weinviertel DAC is helder: een droge Grüner Veltliner met de typerende peperige kruidigheid (in het Duits Pfefferl) die de regio internationaal op de kaart heeft gezet. De DAC Reserve-categorie kwam er bij vanaf de 2009-oogst en stelt strengere eisen: minimaal 13% alcohol, een geconcentreerde structuur en een lange afdronk. Subtiele invloed van eikenhout of botrytis is toegestaan, maar geen ontkenning van het Grüner-karakter.
Grüner Veltliner is met afstand de bekendste Oostenrijkse witte druif. Op löss geeft hij wijnen met rijp tropisch fruit, peperige kruidigheid en sappige zuren; op graniet komt er een minerale, soms zoutige toon bij. Het Weinviertel is van oudsher het kerngebied voor deze druif — meer dan de helft van alle Grüner Veltliner ter wereld wordt hier verbouwd. Pas in de jaren tachtig en negentig schoof de regio in stilte op van bulkproductie naar kwaliteit, en de single-vineyard-Reserves zoals Neuberg-Schanz zijn de huidige top van die heroriëntatie.