Sicilië is met afstand de grootste Italiaanse wijnregio in oppervlakte en één van de oudste wijnbouwgebieden van Europa. Het eiland kent een mediterraan klimaat met warme, droge zomers en milde winters; de combinatie van zon, vulkanische ondergrond en de invloed van de omringende zeeën maakt het tot een veelzijdig terroir. Het westen, rond Trapani, is van oudsher het hart van de Siciliaanse witte wijnbouw. Hier liggen ook de grootste aanplantingen van Grecanico.
De aanduiding Terre Siciliane IGP is een Indicazione Geografica Protetta die in 2011 werd ingesteld voor wijnen van het hele eiland. De IGP is een ruimere kwaliteitscategorie dan de strengere DOC- en DOCG-aanduidingen: ze schrijft minder regels voor over druivenrassen, opbrengsten en vinificatie, en geeft producenten daardoor meer ruimte om eigen stijlkeuzes te maken. Veel Siciliaanse wijnhuizen kiezen bewust voor IGP boven een lokale DOC, juist om die vrijheid.
Grecanico, voluit Grecanico Dorato, is een witte druif met diepe wortels in Sicilië, vooral in het westen van het eiland. Onderzoek heeft aangetoond dat ze genetisch identiek is aan de Veneto-druif Garganega, die de basis vormt voor de Soave-wijnen uit Noord-Italië. In het zuiden geeft dezelfde druif een eigen stijl: lichte citrustonen van citroen en lemoen, witte bloesem, vaak een zilte toets uit de nabijheid van de zee, en een typische amandelhint in de afdronk.