Trentino ligt in de noordpunt van Italië, ingeklemd tussen de Dolomieten en het Gardameer. Het is wijnland van oudsher — bekend om frisse witte druiven zoals Müller-Thurgau en Nosiola en mousserende wijnen volgens de metodo classico — maar ook een streek met een lange traditie in fermentatie: van bergkaas tot vlierbloesem en wilde kruiden uit de bergweiden. Die context vormt het kader waarin Feral werkt.
De basis van de drank is geen druif, maar witte biet: een groente die in Noord-Italië al eeuwen wordt geteeld en die van nature suikers bevat die door melkzuurbacteriën kunnen worden omgezet in milde zuren. Door specifiek geselecteerde stammen te gebruiken — en niet de gistsoorten die in wijn- of bierbereiding alcohol produceren — komt de fermentatie wel op gang, maar blijft de drank alcoholvrij.
De hop komt uit de Europese hopgebieden en levert de florale, lichte bitterheid die je ook in een fijne pilsener herkent; de szechuanpeper is een Aziatisch ingrediënt dat de afgelopen jaren in moderne keukens een vaste plek heeft veroverd om zijn unieke tintelende werking op de tong (eigenlijk geen pittigheid maar een neurologisch effect). De combinatie is bewust: hop en szechuan delen een aromatische, kruidige laag die het bietsap optilt tot iets dat in zijn structuur dichter bij een droge witte wijn ligt dan bij een sap of limonade.